Dick's verhalen en liedjes - weblog van D.P. (Dick) van den Bosch

De doctor en de ongelukkige stagair

03:15, 7/9/2011 .. 0 reacties .. Link
De doctor en de ongelukkige stagiair. Een doctorsroman. Peter zag het einde van zijn studie rechten met enige zorgen naderen. Alleen nog een scriptie en dan was het gebeurd. Nog weer een jaar in het bestuur van de studentenvereniging zag hij niet zitten. Gewichtig doen op het jaarlijkse gala zou nog wel lukken, maar daar weer verliefd worden en dan weer afgewezen worden, daar zag hij minder in. Peter was ongelukkig in de liefde. Niet dat er helemaal geen vrouwen waren die hem zagen zitten, maar die lustte hij dan weer niet. Om een of andere reden lukte het Peter nooit om een goede match te vinden en misschien had dat iets te maken met het studentenleven waar hij zich niet ongeremd aan wist over te geven. Maar of het binnengaan van de grote-mensenmaatschappij daar nu een oplossing voor was? Vooralsnog leek het Peter vooral van belang dat de maatschappij kennis zou maken met de grote kwaliteiten die hij als 23-jarige jurist in spe te bieden had. Hij had immers een boodschap voor het staats- en bestuursrecht! Een dienstbare overheid, maar wel één die gezag had om de talrijke misstanden in de samenleving te lijf te gaan en daarbij moeilijke beslissingen niet zou schuwen. Realiseren van grondrechten! Van die dingen. Nu moest de maatschappij en vooral de overheid er slechts nog van overtuigd worden dat men Peter daarbij nodig had. Een stage leek daarvoor een goed middel. Een enkele brief aan een willekeurig ministerie zou daarvoor volstaan. Wie zat er niet te wachten op een getalenteerde bijna - jurist die nagenoeg gratis in te schakelen was voor een urgent project? Grondrechtelijke expertise is overal toepasbaar. Alle menselijke behoeften zijn immers in grondrechten vervat en vervolgens door ministeries aan banden gelegd! Het grondrecht om zo hard te rijden als je wilt werd beperkt door het ministerie van I&M, het grondrecht om te eten wat je wilt door het ministerie van ELI, het grondrecht om te roepen wat je wilt en muziek van anderen over de wereld te verspreiden door het ministerie van V&J, het grondrecht om je medisch te laten behandelen door wie je verkiest door het ministerie van VWS, het grondrecht om te gaan en staan waar je wilt door het ministerie van Buiza en het grondrecht om de wereld wijs te maken wat in je opkomt door het ministerie van OCW. Over al die beleidsterreinen zou Peter zijn licht kunnen laten schijnen en dat berichtte hij aan de diverse ministeries. Die bleken minder enthousiast dan hij had gedacht. Maar na de nodige afwijzingen werd Peter dan toch uiteindelijk vriendelijk ontvangen bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW) van het ministerie van BZK. De directeur bleek iemand te zijn die nog ouder was dan zijn vader. En hij was niet eens de enige oude man op deze afdeling. Het departement had zich nog lang niet van alle krasse knarren ontdaan. Er was er zelfs nog een die zich met religie bezig hield; als er iets uit de tijd was, was dat het wel. Het verbaasde Peter wel. De wereld van de grondrechten zou toch een dynamische aanpak vergen. Maar misschien lag daar ook wel een kans! Die aanpak kon hij verschaffen en hij zou die bejaarden wel eens laten zien dat er ook andere benaderingen en denkwijzen mogelijk waren. Toen de directeur vroeg wat hij zoal dacht te willen doen had hij dan ook meteen een voorstel. De grondwet wijzigen! Zodat de burger zijn grondrechten echt zou kunnen realiseren! De directeur hoorde hem aan en zei dat Peter daar dan eerst maar eens een rapport over moest schrijven en dat hij iemand zou vragen die daar zelf in gepromoveerd was om hem daarin te begeleiden. Op de eerste dag van zijn stage werd Peter naar een grote kamer gebracht waar nog meer mensen zaten te werken. Hij stelde zich enigszins verlegen aan hen voor tot hij plotseling in de mooie bruine ogen keek van een knappe jonge vrouw die zei: “hallo, ik ben Miranda”. Een moment was Peter vergeten hoe hij zelf heette. Maar hij herstelde zich en nam plaats aan het hem toegewezen bureau. Dr. Pien bleek de opdracht te hebben gekregen om Peter bij zijn grondwetproject te begeleiden. Nu was zij niet voor niets doctor in grondrechtzaken. Zoals een doctor betaamt wist zij voor elk probleem een scherpe diagnose vast te stellen en vervolgens een remedie te bedenken. Anders dan haar vriendelijke uitstraling deed vermoeden was zij daarbij allerminst een zachte heelmeester, die het op onwelriekende wonden liet aankomen. Willen we grondrechten dan zullen we ook grondrechten hebben! De mens zal vrij zijn of hij zal niet zijn! Niet van dat halve; de rechterlijke macht een beetje onafhankelijk, maar niet teveel, dat soort opvattingen was niets voor dr. Miranda. Zoals Van Speijk al zei: “dan liever de lucht in”. Het beviel haar dan ook wel, dat Peter ambitieus leek in zijn ideeën over de grondwet. Als eerste opdracht gaf zij hem dan ook een geleerd traktaat te lezen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, toevallig iets dat zij zelf had geschreven, om eens na te gaan hoe de ideeën uit dat boek binnen bereik gebracht zouden kunnen worden. Peter besteedde in eerste instantie zijn werkdagen aan het lezen van het traktaat, aan rapporten en commentaren en kamerstukken en maakte geleidelijk kennis met het leven op de afdeling. Zo trof het hem dat dr. Pien elke dag werd geraadpleegd door jonge mannen die een probleem hadden waarvan Peter dacht dat ze dat ook zelf wel hadden kunnen oplossen en dat ze lang bleven talmen nadat dr. Pien de oplossing al had aangereikt. En dat dr. Pien aanzienlijk professioneler leek dan al die jonge mannen, die graag aan haar wilden vertellen hoe zij het weekend hadden doorgebracht. Voor Peter gold dat hij over zijn weekends niet zoveel te vertellen had. Uitgaan deed hij zelden en over zijn bezoeken aan Albert Heijn voor de weekboodschappen was hij snel uitverteld. Maar bovendien gebeurde het hem steeds vaker dat hij dr. Miranda iets wilde vertellen, haar aankeek en dan de draad kwijtraakte, waarna hij zich beschaamd afwendde en zich weer over zijn stukken boog. Dr. Miranda leek dat niet te deren. Onverstoorbaar werkte zij voort en het verbaasde Peter dan ook hoe langer hoe minder dat zij het voor elkaar had gekregen om zo’n dik boek te schrijven. Op een dag gebeurde er iets vreemds. Dr. Miranda had post uit haar postbak gehaald en Peter zag dat er een enveloppe bij zat zonder opdruk van een ministerie of een ander zakelijk adres. Zij maakte hem open en haalde er een brief uit die met de hand geschreven leek te zijn. Terwijl Dr. Miranda de brief las zag Peter haar wangen rood worden; een geheel onprofessionele kleur en zeker voor dr. Pien. Zij staarde een tijdje naar de brief, vouwde hem en op en borg hem op in een la van haar bureau. De hele verdere dag zei zij nog maar weinig tegen Peter en ook de andere bezoekers kregen haar die dag niet meer aan de praat. De volgende dag was dr. Miranda niet op kantoor. Peter informeerde bij het secretariaat, maar daar wist men van niets. De volgende dag was het de vrije dag van dr.Miranda, zodat haar afwezigheid geen reden voor ongerustheid vormde. Maar Peter kon het gebeurde niet van zich afzetten. Het was niet alleen die brief. Soms kreeg dr. Miranda ook zomaar sms’jes binnen, waarna zij zich afwendde om die te beantwoorden, of zelfs de kamer verliet. En ook het belletje van het mailverkeer, dat normaal gesproken voor iedere ambtenaar met een zekere regelmaat opklinkt leek op sommige momenten van de dag een ongewone intensiteit te hebben. Nu dr. Miranda er niet was merkte Peter hoezeer haar gangen hem eigenlijk bezig hielden. Hij realiseerde zich dat hij haar afwezigheid maar moeilijk kon verdragen en de gedachte dat zij een leven leidde waar hij niets van wist viel hem zwaar. Wat zou hij zich graag aan de andere kant van het sms - verkeer met dr. Miranda ophouden! Wat zou hij zich graag verantwoordelijk weten voor de hoogrode kleur op haar wangen die hij twee dagen geleden had waargenomen! Met jaloezie dacht hij aan de brief die zij kennelijk onverwacht had gekregen en die haar had opgewonden. Het was inmiddels half zes en de collega’s begonnen zo langzamerhand hun jas aan te trekken om naar huis te gaan. Normaal zou Peter ook al vertrokken zijn, maar nu was hij een en al aandacht voor het computerscherm en het rapport dat hij zo druk aan het schrijven was. De een na de ander verliet het pand en Peter deed het licht uit en de deur dicht, om de indruk te wekken dat hij ook vertrokken was. De directeur en een enkele die-hard, zoals de specialist Gelijke Behandeling, waren vermoedelijk nog in het pand, maar daar wilde hij niet op wachten. Zachtjes sloop hij achter het bureau van dr. Miranda en deed de la open waar de brief zich in moest bevinden. In de la vond hij de gebruikelijke kantoorartikelen, enkele zaken die vrouwen doorgaans in hun handtas meedragen en een berg visitekaartjes van belangrijke personen uit de rechtswetenschap. Ongeduldig haalde hij steeds meer spullen uit de la, totdat hij onderin een brief vond; de brief! Net op het moment dat hij de brief wilde openvouwen werd er op de deur geklopt. Peter wist even niet wat hij moest doen en prompt ging de deur open. Vlug liet hij zich op de grond zakken en deed alsof hij een contactlens kwijt was. Waarom zou de directeur hem nu willen spreken? Maar tot zijn opluchting bleek het de schoonmaakster te zijn. Peter beduidde dat zij haar gang kon gaan en ging achter zijn bureau zitten, weer aandachtig starend naar het computerscherm. Aangezien Peter aan zijn bureau zat en het bureau van dr. Miranda nu bezaaid was met spullen uit haar la, was zij snel klaar. Zij verliet de kamer en Peter streek de brief glad die hij in de spanning enigszins verfrommeld in zijn zak had gestopt. Eindelijk zou hij weten wie of wat dr. Miranda van haar stuk had gebracht. Hij bouwde de brief open en las: Dokter Miranda, Konnu thuis niet bereike, daarom maar deze brief naar het ziekehuis gestuurd (Centraal Ziekehuis West?). Heb die dakpanne toch van een paar Pole kenne kope. Maar dan moete we ze dr nog wel oplegge. Heppie niet een paar broeders of zuster van ut ziekehuis om te hellepe? Van Kamp mag ik de Bulgare niet late kome. Groete van Jopie de dakdekker, Uterech.

In het huis van de familie De Kiezer

02:32, 6/27/2010 .. 0 reacties .. Link
In het huis van de familie De Kiezer heerste verslagenheid. Maanden lang waren zij in touw geweest. Het hele gezin was elke dag vroeg opgestaan om iedereen te kunnen bedienen. Maar nu het allemaal achter de rug was leek het allemaal voor niets te zijn geweest.

Het was zo mooi begonnen. Na de val van het kabinet op 20 februari had vader De Kiezer aan tafel het hele gezin erop gewezen dat zij voor een gewichtige taak stonden. Het land moest bestuurd en de richting moest worden bepaald. Er moest gekozen worden.

En kiezen is nu eenmaal meer dan een hokje op een stembiljet invullen. Het is ook: de krant lezen, de debatten op de TV volgen, de stemming in het land peilen, ingezonden brieven schrijven, De Stemwijzer, het Stemkompas en de Stemmentracker invullen en onderzoeksbureaus te woord staan. Op de morgen van 21 februari had vader de Kiezer aan het ontbijt zijn vrouw en zijn 8 kinderen dan ook indringend aangekeken en gezegd: “het land heeft ons nodig. Het vraagt van ons dat wij ons uitspreken en dus moeten wij aan de slag. We mogen niet versagen op dit kritieke moment. De crisis moet hersteld, de files moeten weg, we moeten allemaal dezelfde taal spreken en de dieren moeten gered. Dat hangt allemaal van ons af. Wil iemand daar nog iets aan toevoegen?”

Er was een passende stilte gevallen De familie De Kiezer had zijn verantwoordelijkheid gevoeld. Het jongste lid van het gezin, dat altijd de cavia’s en de konijnen voerde, zei voorzichtig: moeten we dan niet wat eerder opstaan om voor de dieren te zorgen?” Maar de oudste, die altijd na het eten uit de Bijbel voorlas zei: “Het komt heus wel goed, de Heere zal ons de weg wijzen”.

En zo waren ze aan het werk gegaan. Vader had een gesprek met de Ondernemingsraad op zijn werk aangevraagd. Moeder had de kwestie op de agenda van de vergadering van het schoolbestuur gezet en de kinderen hadden allemaal hun eigen netwerk ingeschakeld: Dee voerde het debat over de toekomst van Nederland in zijn studentenvereniging aan de hand van de metafoor van de half volle en de half lege glazen. Fee trok met de fietsclub het land in om de toestand van de bolgewassen in de beschouwing te betrekken. Ruud checkte regelmatig de beurskoersen en Em liep bij de bond nog even de massaontslagen langs. Alleen Gee bleef in zijn eentje zitten mokken, omdat het hem maar niet lukte om op de piano een behoorlijk liedje te spelen met alleen de witte toetsen.

Maar toen was het 9 juni geworden. Het was een lange dag geweest voor de familie De Kiezer en vermoeid, maar voldaan waren zij om 9 uur ’s avond voor de TV gaan zitten om het resultaat te aanschouwen en de complimenten van de landsbestuurderen in ontvangst te nemen. Het werk was gedaan en de politici konden nu aan het werk.

Maar wat een teleurstelling! Iedereen was ontevreden! De onderzoeksbureaus zeiden dat de familie had gelogen. De Stemwijzers zeiden dat de Familie de vragen niet hadden begrepen en de goede antwoorden niet hadden gegeven. De kranten konden er geen nieuws uit bakken. De Tv-commentatoren vonden de Familie niet duidelijk genoeg. En de politici zeiden dat ze er niets mee konden! De Kiezers hadden gefaald, was de algemene opinie!

Majesteit deed wat Haar te doen stond en zette de politici aan het werk. De Kiezers hadden gesproken en nu moesten ze wel. Maar het was duidelijk dat niemand er zin in had.  En hoewel Vader elke avond NOVA aan zette in de hoop, dat er iets zou gebeuren, bleef het stil. In het gezin De Kiezer ging ieder zijn ’s weegs en voort met hun gebruikelijke gekibbel. En Vader vroeg zich af hoe zijn gezin eruit zou hebben gezien als de politici het hadden kunnen samenstellen. En of zij daar dan uit gekomen waren. Alsof zij het beter wisten.

 

 



zin

03:52, 4/20/2010 .. 0 reacties .. Link
Wat heeft het nu allemaal voor zin? Ik bedoel, het vriest twee maanden en je vindt geen gelegenheid om te schaatsen. Of, je traint vier jaar tot je de snelste van allemaal bent en dan word je gediskwalificeerd. Of, je hangt pinda’s, vetbollen, zonnebloempitten en rauwe bonen op in netjes in de tuin en geen vogel heeft er belangstelling voor. Of, je werkt drie jaar aan een wetsvoorstel en dan scheidt het kabinet ermee uit voordat je product de eindstreep haalt en opeens is het de vraag of er nog wel behoefte aan is.

Ik besloot de vraag naar de zin van alles voor te leggen aan het Hoofd van het Bureau Vertragingen van de Nederlandse Spoorwegen. Ik dacht aan hem, omdat hij al vele jaren op zijn post is en talloze crises meemaakte. Zo herinnerde ik mij de winter van 1963, de hete zoemer van 1968, de bloemblaadjes op de rails in de lente van 1998, de najaarsstorm in de nacht van 8 op 9 november 2007 en nu dan die twee maanden sneeuw.

Zoals ik al verwachtte, was het hoofd, HBV in de wandeling voor intimi en andere relaties, net in een nieuw pand getrokken, vanwege de aanzienlijke uitbreiding die zijn dienst deze winter had ondervonden.  Hij ontving mij met een minzame glimlach en het ontging mij niet, dat hij een zekere trotse waardigheid uitstraalde, mogelijk te verklaren door de toegenomen belangstelling voor zijn werk, waarvoor hij in de media de nodige aandacht had gekregen.

Ik nam plaats in één van de comfortabele fauteuils die zijn zitje vormden en stak van wal.

“Zoveel mensen plannen op een bepaalde dag, op een bepaalde tijd van A naar B te gaan, maar het lukt ze niet om op tijd aan te komen. Hoe moeten wij dat nu beoordelen?”

HBV knikte begrijpend. “Het beantwoorden van deze vraag raakt de kern van ons bestaan” sprak hij bedachtzaam. “Er zijn verschillende dimensies aan de vraag en daarmee ook aan het antwoord. Het begint al met de vraag, of wij wel van A willen vertrekken. Hadden wij niet beter bij P in kunnen stappen, zouden wij überhaupt (De NS rijdt ook buiten Nederland – D) wel moeten vertrekken? Vervolgens is het de vraag of wij wel van harte naar B reizen, of dat wij liever een ander einddoel zouden hebben gekozen. Als dat toch het geval is, kunnen wij ons de vraag stellen of het moment van vertrek wel goed gekozen is. Dit brengt ons eveneens op de vraag, of het beslist nodig is, of de beste oplossing, om op het geplande tijdstip aan te komen, of dat een ander moment meer aangewezen is.

Ik zweeg een ogenblik verbluft. Ik had mij niet gerealiseerd, dat mijn simpele vraag zoveel nieuwe vragen zou kunnen oproepen. Ik vroeg mij af, of er toch niet een antwoord te vinden zou zijn, als ik de vraag zou toespitsen. “Maar wat moet ik nou doen, als ik beslist op dag X, op het uur U van A naar B wil reizen en ik kom niet op tijd aan?” Ik besefte dat mijn nieuwe vraag enigszins drammerig zou kunnen overkomen, maar HBV liet zich hierdoor niet van de wijs brengen. “Het oordeel over de vraag hoe belangrijk het is dat u op tijd aankomt, is geheel aan u”, sprak hij ontwijkend. “Maar het valt mij op, dat u geheel abstraheert van de gebeurtenissen tussen A en B. Die zouden wel eens van doorslaggevende betekenis kunnen zijn. Niet het doel is namelijk het belangrijkste, laat staan het moment waarop u dat bereikt, maar de reis ernaar toe.”

Ik vroeg mij af, wat deze strategie voor ons in petto had voor de volgende winter en huiverde bij de gedachte aan de bloemblaadjes in de lente van 1998. Maar ik begreep ook dat ik het ermee moest doen. Ik verliet het kantoor met het vaste besluit op tijd thuis te zijn voor het eten.



Langer doorwerken

02:33, 12/18/2009 .. 0 reacties .. Link

Zou ik langer willen doorwerken? Politiek en media verdringen elkaar om mij daartoe te bewegen. Ze lijken daar bijzonder veel waarde aan te hechten. Waarom eigenlijk? Moeten bedrijfsleven en overheid zichzelf dan niet verjongen? Alleen zo kun je toch vernieuwen? En dat wil men toch! Hoe kan het dan, dat men zo graag al die oude mannen aan het werk wil houden (in die leeftijdscategorie gaat het nog voornamelijk om mannen). Wie doen we daar eigenlijk een plezier mee?

Ik besloot deze vraag te stellen aan de onderhouder van de koffieautomaat op mijn werkverdieping. Zelf is hij nog een jonge man, maar het leek mij aannemelijk, dat zijn werk hem tot een dieper inzicht had gebracht aangaande de menselijke roerselen. Nadat hij zijn wekelijkse schoonmaak- en vulbeurt had verricht vroeg ik hem even te gaan zitten op één van de barkrukken in de koffiehoek om met mij van gedachten te wisselen.

Ik vroeg eerst maar eens: “kan de koffieautomaat de drukte van de laatste tijd wel aan?” De onderhouder leek enigszins gepikeerd door deze vraag. “Deze automaten zijn bestemd voor het ultrazware werk, meneer. We hebben het hier niet over een senseo. Een kopje koffie meer of minder is natuurlijk geen probleem. Deze hier heeft al heel wat stormen doorstaan. Dat kan van niet alle gebruikers worden gezegd. De één na de ander kan het loodje leggen, maar gebrek aan koffie zal daar de reden niet van zijn.”

Ik begreep dat ik een gevoelige snaar had geraakt en veranderde van onderwerp. “Wat vindt u  nu van langer doorwerken?. Is dat een goede zaak?” De man aarzelde geen moment en zei:. “Doorwerken zal geen enkel probleem zijn. Deze blijven het altijd doen. Misschien dat ze op den duur wat langzamer worden, maar produceren zullen ze toch.” Het antwoord verbaasde mij enigszins. “Maar is het wel mogelijk om aan de veranderende vraag te voldoen? De moderne tijd stelt toch andere eisen?” De man schudde zijn hoofd. “Dat lijkt maar zo. De manier van vragen zal misschien veranderen, maar uiteindelijk wil men toch altijd hetzelfde: een hoge produktie van een goede kwaliteit voor een lage prijs.”

Ik vroeg mij af, of wij elkaar wel goed begrepen en probeerde het nog eens. Maar wie is gebaat bij het bestaande? Het is toch mooi om te vernieuwen? Kijk eens naar al dat leuke jonge spul!”

“Ach meneer”, sprak hij. “Natuurlijk vind ik dat ook interessant. Het ziet er goed uit. Maar dat jonge spul wordt ook weer ouder. Wat schieten we ermee op.”

“Maar de crisis dan”, riep ik uit. “heeft die dan geen enkel gevolg?” Nu dacht de man even na. “Ik weet natuurlijk niet zeker waar het aanligt”, zei hij aarzelend, “maar er is een duidelijk toename van de afname, als u begrijpt wat ik bedoel. Er zijn ook wat thermoskannen verdwenen. Ik sluit niet uit dat men koffie mee naar huis neemt. Ik kan me voorstellen, dat door de crisis werkeloos geworden ambtenaren door hun ex-collega’s zo nog een beetje bij kantoor betrokken worden.”

 

Ik begreep dat we langs elkaar heen hadden gepraat en besloot maar gewoon door te werken tot het tijd was.



Pianist

07:38, 9/21/2009 .. 1 reacties .. Link

Pianospelen is heerlijk. Maar ook een kwelling. Ik bedoel, hoe meer je het doet en hoe verder je komt, des te moeilijker is het te aanvaarden dat het voor je gevoel niet goed genoeg is. En luisteren naar goede en bekende pianisten maakt dat nog moeilijker. Het gevoel van “dat zal ik nooit kunnen”. Ik worstelde daarmee en wilde weten hoe ik daar mee om moest gaan. Kon ik er maar beter mee stoppen, moest ik gewoon harder studeren, dat soort dingen.

Ik besloot daarom advies te vragen aan de bekende heer B. Stein, pianist in ruste, die dezer dagen de tachtigjarige leeftijd had bereikt. Ik bewonderde deze man. Hij was beroemd op zijn Beethovenvertolkingen en deinsde ook niet terug voor de rol van begeleider in Schubertrecitals. Na per telefoon gevraagd te hebben of ik langs mocht komen, zocht ik hem op in zijn statige appartement aan één van de singels van Utrecht. Hij woonde daar geheel alleen, bij tijd en wijle vergezeld van zijn huishoudster, die voor hem kookte en de was deed.

Ik trok aan de koperen belknop en het duurde even voor de deur open ging. Maar daar was de heer Stein dan, hoogstpersoonlijk. De huishoudster had een vrije dag.

Hij begroette mij vormelijk, maar niet onvriendelijk en ging mij voor naar de huiskamer. Zoals te verwachten was, werd deze gedomineerd door een lange vleugel. Stapels bladmuziek lagen in kasten langs de wand en verspreid over de vleugel. Een borstbeeld van Beethoven keek streng de kamer in. De heer Stein nodigde mij uit te gaan zitten op één van de twee versleten leren gecapitioneerde fauteuils en schonk een kopje thee in. Hij leek mij geen man voor een praatje over ditjes en datjes en ik besloot daarom maar meteen terzake te komen.

“Ik zou zo graag goed piano willen spelen. Wat is er nodig om een goede pianist te worden”, vroeg ik zomaar.

De heer Stein ging nu nog rechterop zitten dan hij al deed en keek mij streng aan. “Daar zegt u wat! U zou graag goed piano willen spelen! Zo zo. Je kunt natuurlijk nooit ambitieus genoeg zijn! Maar wel overmoedig! Zet u dat maar snel uit uw hoofd! Een goede pianist dient zich allereerst bewust te zijn van zijn beperkingen! Ik geloof niet dat u daar al achter bent!”

Enigszins bedremmeld keek ik naar mijn schoenen. “Natuurlijk begrijp ik wel dat ik nooit uw niveau zou kunnen halen”, verzekerde ik hem haastig. “Maar, is het niet mogelijk om toch een beetje muziek te leren maken?”

Nu verhief de heer Stein zich uit zijn zetel. “Muziek maken!” riep hij uit. “Dat is het moeilijkste wat er is! Pianist is één ding, een goede pianist worden is twee; maar daarna komt er een hele tijd niets en dan pas komt muziek maken! Dat is maar voor een enkeling weggelegd.” Geëmotioneerd veegde hij met zijn zakdoek het zweet van zijn voorhoofd, terwijl hij weer ging zitten.

Dat gaf mij de gelegenheid om  nog een vraag te stellen. “Kunt u mij bij benadering zeggen hoeveel tijd ermee gemoeid is om dat stadium te bereiken?”De heer Stein leek nu te overwegen of hij direct een eind aan het gesprek zou maken, of mij nog even zou dulden. Hij besloot tot het laatste en zei: “Jongeman, pianisten dienen zich allereerst bewust te zijn van het feit, dat zij niet meer en niet minder dan een licht oponthoud in de geschiedenis van de mensheid zijn. Met muziek slaat men bressen in de tijd. Een goede pianist is iemand die de tijd doet vergeten.”

Ik hoopte dat de heer Stein nog even geduld met mij had en nog antwoord wilde geven op mijn laatste vraag. “Kunt u me dan toch niet een tip geven, om me een beetje op weg te helpen?” De heer Stein zuchtte. “Ik begrijp dat u niet opgeeft. Dat is een goed begin. Gaat u naar huis en zet u aan de studie. Uw arbeid zal worden beloond als u volhoudt en als u werkelijk de bedoeling hebt om iemand met muziek te raken. Als u tot uw tachtigste volhoudt, wordt het wel wat.”

 

Ik begreep dat ik het daarmee moest doen. Ik bedankte de heer Stein, toog naar huis en zette mij aan de piano.



kunstenaar

04:50, 6/16/2009 .. 0 reacties .. Link

Ik ben dan wel ambtenaar, maar diep in mijn hart heb ik eigenlijk artistieke ambities; zou ik graag kunstenaar willen zijn. Tekenen en schilderen is niet voor mij weggelegd; ik kan nog geen streep op papier krijgen, zo dat je inderdaad denkt dat het een streep is. Maar, vooruit, schrijver, dichter, muzikant, acteur, dat lijkt me mooi. Maar hoe zou zo’n leven nu werkelijk zijn?

 

Ik probeerde me er een voorstelling van te maken. Maar om er meer van te weten moest ik me toch nader informeren. Daarom besloot ik eens een kunstenaar op te zoeken en hem te vragen naar zijn manier van leven. Ik keek in de Gouden Gids bij de K van Kunstenaar en inderdaad vond ik al direct een aantal personen dat als zodanig gekwalificeerd leek. Allen bevonden zich in oudere stadsdelen met straatnamen als “Herderinnenstraat”, “Pletterijkade” of  “Muurhuizen”. De huisnummers waren doorgaans van letters voorzien, waaruit ik opmaakte dat het hier om hoger gelegen gedeelten van woningen ging.

Ik prikte een adres dat nog een beetje in de buurt was en belde met de heer A.N. Derman om een afspraak te maken. Het was een uur of 12 des middags en het duurde even voor de telefoon werd opgenomen. Uiteindelijk hoorde ik een slaperige stem. “Wattisser?”, zei die.

Ik legde uit wat ik wilde, maar de kunstenaar leek er niet veel van te begrijpen. Toen ik echter vroeg of ik langs kon komen met een fles wijn om wat te praten kon dat direct de volgende avond.

 

Ik meldde mij op de afgesproken tijd en bonkte, zoals afgesproken, drie maal op de voordeur. Boven mij werd een raam opengeschoven en de kunstenaar wierp mij de huissleutel toe waarmee ik mij toegang tot het pand verschafte. Ik stommelde de trappen op en kwam terecht op een zolderverdieping. Tegen de muren bevonden zich vooral groentekistjes met boeken. In een hoek lag een tweepersoonsmatras en er stonden enkele aftandse fauteuils met verspreide kledingsstukken en DVD’s. De kunstenaar maakte een fauteuil vrij door een damesslipje te verwijderen en in een hoek te gooien en keek begerig naar de fles die ik had meegebracht. Ik reikte hem die aan en hij schonk de wijn in twee glazen waarin zich nog een restje opgedroogde wijn bevond.

Na een paar slokken keek de kunstenaar mij afwachtend aan. Omdat hij wellicht nog niet geheel had begrepen waar ik voor kwam, opende ik het gesprek voorzichtig. “Ik vraag mij af wat ik zou moeten doen om kunstenaar te worden”, zei ik. “ik ben best bereid om er wat voor te doen. Ik kan al een beetje pianospelen en ik kan natuurlijk weer les nemen. Maar ik heb toch het idee dat er meer nodig is“.

De kunstenaar keek mij fronsend aan. “Het is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd”, wees hij mij terecht. “Natuurlijk, dat begrijp ik”, zei ik snel. Je moet natuurlijk naar een Academie of zo.”

De kunstenaar keek mij ditmaal ronduit minachtend aan. “Academie, conservatorium, daar gaat het natuurlijk helemaal niet om.  Kunstenaar kun je niet zomaar worden. Je moet het zijn”.

Het stelde mij enigszins gerust dat ik wellicht niet eerst weer vier of vijf jaar naar school zou moeten, maar nu moest ik wel meer te weten zien te komen. “Hoe gaat dat dan in zijn werk. Kan ik mij ergens inschrijven om erkend te worden, of zo?”

De kunstenaar hief wanhopig de armen ten hemel. “Ambtenaar! Formulieren! Daar beginnen we natuurlijk niet aan. Ik zeg toch, het gaat niet om doen, maar om zijn. Minder doen, dat is het eerste gebod. “Maar kunst moet toch worden gemaakt?”, zei ik, niet begrijpend. “Kunst moet je niet maken, maar ontdekken”, sprak de kunstenaar schamper. Als de zon door het raam op deze glazen valt zie je vanzelf een patroon van schittering en schaduw. Vandaar, dat ik de glazen nooit afwas.”

Ik zette mijn glas neer; ik had ineens veel minder zin in de wijn. Uit het voorbeeld kon ik bovendien nog niet opmaken hoe ik nu zelf aan de slag moest gaan, dus probeerde ik het nog maar eens met een andere vraag. “Maar dit kunt u toch niet tentoonstellen? Gaat u dan die niet-afgewassen glazen in een museum zetten?”

“Museum?” Wat heeft een museum met kunst te maken? Grafkamers zijn het! Crematoria! Sarcofagen!” De kunstenaar begon nu heftig te gebaren. Ik had kennelijk een gevoelige snaar geraakt, maar wellicht speelde het feit dat de fles inmiddels voor driekwart leeg was ook een rol. “Kunst is leven; leven is kunst, bedoel ik. Kunst is waar de kunstenaar is” vervolgde hij. “Het gaat erom het stof weg te blazen, zodat de kunst vanzelf zichtbaar wordt”.  

Ik was toch nog niet geheel tevreden over het antwoord en probeerde nog maar eens praktisch te zijn. “Maar kunt u met deze kunst wel de markt op? U moet er toch een redelijke prijs voor maken om uit de kosten te komen. Hoe kunt u er anders van leven?”

De kunstenaar zuchtte diep. Het stelde hem kennelijk teleur dat ik het nog steeds niet begreep. “Als je je druk maakt over zulke onbelangrijke dingen wordt het natuurlijk nooit wat. Je kunt geen kunstenaar zijn als je steeds maar met geld bezig bent.”

Ik voelde dat dit punt niet nader opgehelderd zou worden. Eigenlijk was ik ook nieuwsgieriger naar het recente werk van deze kunstenaar. “Wilt u mij vertellen met wat voor project u op dit moment bezig bent? Kan ik daar iets van zien of horen?” vroeg ik.  

Nu betrok het gezicht van de kunstenaar en hij leek enigszins in zichzelf te keren. “Dat is op dit moment niet goed mogelijk”, mompelde hij. “Mijn meest recente werk is nog niet in het stadium van afronding; u zou een verkeerd beeld krijgen. Natuurlijk zou ik wat ouder werk kunnen tonen, maar dat zou weer geen goede afspiegeling vormen van mijn huidige staat van zijn”.

Hij schonk de laatste wijn uit de fles in zijn glas en sloeg het achterover. De kunstenaar had tijdens het gesprek verschillende keren uit het raam gekeken en nu begreep ik, dat hij dat deed om op de klok van de kerktoren aan de overkant te kijken. Kennelijk verwachtte hij iemand.  “Ik moet nu echt weer aan het werk”, zei de kunstenaar tegen mij. “u moet goed begrijpen dat kunst vooral talent vraagt en meer nog: zijn. Het werk volgt dan vanzelf”.

Ik begreep dat ik nu beter kon vertrekken. Ik liep de trappen en deed de deur open. Er wilde net iemand aankloppen. Het was een beeldschoon meisje.



Abraham

09:40, 4/9/2009 .. 0 reacties .. Link
Op zeker moment had ik Abraham gezien en daarna was ik hem uit het oog verloren. Je spreekt af te bellen, te e-mailen, SMS’en, te MSN’en of te twitteren, maar als je iemand niet in je hyvesbestand opneemt, kun je het wel vergeten; en dat deed ik dan ook.

Toch zat het me niet lekker. Van tijd tot tijd hoorde ik van familieleden en vrienden dat ze Abraham hadden gezien, of hem binnenkort zouden treffen en ik vroeg mij af of hij mij ontweek, of dat het aan mij lag dat we elkaar nooit meer zagen.

Ik verkeer graag met iedereen op goede voet. Maar meer nog vroeg ik mij oprecht af hoe het met hem zou zijn en of er in al die jaren iets veranderd was. Ik besloot hem op te zoeken, om onze relatie nieuw leven in te blazen.

Dat viel nog niet mee, want Abraham had de gewoonte na een geslaagd contact zich terug te trekken en op te duiken als het weer eens tijd was. Na hier en daar geïnformeerd te hebben, vond ik hem in een half leeg asielzoekerscentrum ergens in Drenthe. Ik trof er de bewoners in hun dagelijkse bezigheden: tafelvoetballend, mens-erger-je-nietend en met enkele plaatselijke vrijwilligers samen aan het analyseren van de Donald Duck, om zoveel mogelijk van onze Westerse eigenaardigheden te leren kennen. De naam van de man die ik zocht klonk gelukkig in vele talen hetzelfde en op mijn vraag wezen zij mij direct zijn verblijfplaats.

Abraham bewoonde een eenvoudige kamer in een vleugel van het gebouw die verder leeg stond. Ik trof hem verdiept in één van de eerste boeken van het Oude Testament. Hoewel ik mijn komst niet had aangekondigd, leek hij niet verrast. Hij stond op van zijn kleed op de grond en schudde mij vriendelijk de hand.

Op het eerste gezicht was er niet veel veranderd. Abraham leek geen dag ouder geworden, hij was van een onschatbare leeftijd. Zijn volle baard leek niet gegroeid en niet geknipt, de groeven in zijn gelaat accentueerden zijn waardigheid.

Hij nodigde mij uit tegenover hem op de grond te gaan zitten en schonk muntthee voor mij in.

“Het is al weer heel wat jaren geleden, dat wij elkaar ontmoetten..”, begon ik voorzichtig. Eigenlijk had ik nog niet precies voor ogen wat ik hem wilde vragen. Maar Abraham leek dat als vanzelf te begrijpen. Hij zei: “ik herinner mij onze ontmoeting. Ik weet niet of het lang geleden is. Voor mij speelt tijd geen rol. Het maakt niets uit, of wij elkaar tien jaar geleden ontmoetten of gisteren”.

Ik was verheugd dat onze ontmoeting hem nog zo helder voor ogen stond, maar kon toch niet nalaten zijn stelling te relativeren. “Maar u kunt toch niet zeggen dat de tijd geen rol speelt! Alles verandert immers constant! Tien jaar geleden zag alles er toch anders uit?”

“Ja, ja, ik begrijp wat je bedoelt”, antwoordde Abraham. “Alles stroomt, je kunt niet twee maal in dezelfde rivier stappen, niets is, alles wordt, enzovoort en zo verder. Maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel, dat het verstrijken van de tijd zelf niets betekent. Niet de tijd gaat voorbij, maar wij”.

Ik raakte nu enigszins in verwarring. “Maar, dat wij voorbij gaan, dat verandert toch alles!” riep ik uit. Abraham bleef rustig onder mijn verwarring. “ Je weet misschien dat ik 75 jaar was toen ik uit mijn land weg trok en honderd toen ik nog een zoon verwekte. Waar het mij om gaat, is dat wij op elk moment in staat zijn een spoor in de geschiedenis te trekken. Voor wat wij met elkaar hebben gewisseld, maakt het niets uit, of onze ontmoeting tien jaar geleden plaats vond, of gisteren”.

Hier moest ik over nadenken. Er waren toch dingen gebeurd in de afgelopen jaren die ik Abraham zou willen vertellen en dat zou niet zo zijn als we elkaar gisteren hadden ontmoet. En of ik op mijn honderdste ook de viriliteit van Abraham zou hebben, viel nog te bezien.

“U hebt kennelijk tijd van leven”, mopperde ik. Dat kan voor gewone stervelingen wel eens anders liggen”. “Voor alles is een tijd en een plaats, voor iedereen een weg´, antwoordde hij. “Dat geldt voor ons nu en voor degenen die voorbij zijn gegaan. Ook de herinnerden trekken hun spoor in de geschiedenis verder, door in ons voort te leven.”

Nu begon hij me toch en beetje te irriteren. Hij had makkelijk praten. Zoveel mensen hadden hem al gezien en met hem deed het allemaal niets, leek het wel. Ik vroeg me af, wie de volgende zou zijn die hij met zijn wijsheden zou bezig houden. Ik zag dat in de hoek zijn valies klaar stond en dat hij dus snel weer op reis zou gaan. “Gaat u binnenkort weer op pad en waar gaat u dan naar toe?”, vroeg ik nieuwsgierig.

Abraham glimlachte. “Ach, ik ga gewoon op weg en dan zie ik wel. Dat wil zeggen, ik zie en wordt gezien, als het ware. En wie het betreft, zal het ervaren.”

Ik begreep dat dit de inzichten waren waar ik het mee moest doen. Het was tijd om op weg te gaan. Ik dronk mijn thee op, trok mijn schoenen aan, bedankte Abraham voor het gesprek en verliet het centrum, vriendelijk gegroet door de bewoners, die zich zetten aan het bereiden van enkele exotische gerechten.



ambtenaar van de toekomst

05:04, 8/5/2008 .. 0 reacties .. Link

In diverse bladen las ik over de ambtenaar van de toekomst.. “Hij blinkt uit in een grote mate van flexibiliteit, mobiliteit en een brede inzetbaarheid”, zag ik ergens. “Hij is flexibel, dienstverlend, creatief, responsief....”  Een bijzonder mens, eigenlijk. Zo bijzonder, dat ik zou hem wel willen leren kennen en ik vroeg mij af waar ik hem zou kunnen vinden. Ik raadpleegde het Rijksweb en inderdaad, na enig zoeken vond ik zijn adres. Ik maakte een afspraak en zocht hem op.


Zoals bij nader inzien te verwachten was, bevond hij zich niet op een kantoor in Den Haag, maar gewoon thuis achter de computer, in een VINEX-wijk. In de hoek van zijn kamer stond een hometrainer en diverse rek- en strekapparatuur opgesteld. Dit hield ongetwijfeld verband met het feit dat de Minister van BZK publiekelijk had laten weten dat we bij het Rijk al genoeg blanke mannen met een buikje uit VINEX-wijken hebben. Aan de zweetplekken onder zijn armen viel af te leiden dat hij nog kort voor mijn bezoek zijn dagelijkse buikremmende oefeningen had verricht.


Diverse kinderen, variërend in de leeftijd van 1 tot 4 jaar scharrelden er rond, kauwend op een stuk bruin brood, of lurkend aan een flesje. Twee peuters hadden een meningsveschil over wie er op het paard-op-wieltjes mocht en een iets ouder kind was bezig een boekje van Dick Bruna te verscheuren en op te eten.


Ik zette mij op een stoel van Jan des Bouvrie, die naast het bureau van de ambtenaar stond. Omdat hij wist waarvoor ik kwam, stak ik maar meteen van wal. “Hoe bent u eigenlijk ambtenaar van de toekomst geworden?” vroeg ik nieuwsgierig.

“U begrijpt dat je dat niet wordt door op een advertentie te solliciteren” antwoordde hij, licht spottend. “Het moet natuurlijk wel in je zitten, je moet er een zekere natuurlijke aanleg voor hebben. Het komt erop neer, dat je altijd vooruit moet willen en alle opties altijd open moet houden. Dus, toen men mij belde met de vraag of ik deze functie wilde aanvaarden, heb ik gezegd, dat dat uitstekend bij mij paste en dus binnen de kortste keren weer zou vertrekken. Dat antwoord viel in goed aarde.”


Eén van de peuters was inmiddels op mijn schoot geklommen en probeerde de broodkorst waar hij zojuist nog op kauwde in mijn mond te stoppen, als bewijs van aanhankelijkheid. “Is het niet heel moeilijk te combineren met huiselijke verplichtingen? ” vroeg ik, terwijl ik de peuter vriendelijk doch beslist terzijde schoof.

“Integendeel”, sprak de ambtenaar. Ook in mijn huiselijk leven kan ik mijn talent op het gebied van flexibiliteit, mobiliteit en brede inzetbaarheid uitstekend benutten. Ik heb hier kinderen van vier verschillende vrouwen, die mij inspireren om steeds nieuwe creatieve oplossingen te verzinnen.


“Maar, bouwt u zo wel voldoende expertise op om goed te kunnen functioneren?” “De ambtenaar van de toekomst heeft helemaal geen expertise nodig! “ sprak hij, bijna verontwaardigd. Hij beslechtte het geschil tussen de twee peuters die om het paard twistten door het paard af te pakken en de ene peuter op de rug van de andere te plaatsen en vulde aan: “creativiteit en flexibiliteit en de rest is een kwestie van Wikipedia”.

Op zijn computerscherm floepte de screensaver aan, die bestond uit een veld met lammetjes die over een hekje sprongen. Nadat de ambtenaar met een vaardige handbeweging een toets had ingedrukt zag ik dat hij op het werkscherm met Supermario tot level 4 was genaderd.


Ik begreep dat de toekomst andere eisen stelt aan ambtenaren en niet iedereen daaraan zou kunnen voldoen. Enigszins bedrukt verliet ik het pand om erug naar kantoor te gaan, waar de gebruikelijke stapel mij bij het heden bepaalden.



Juridische publikaties

12:11, 3/11/2008 .. 0 reacties .. Link

 

 1.      Naar een rechtsvorm voor de maatschappelijke onderneming, BTMO, 2010/1

2.       Multiple nationality in the Netherlands, Presentationpaper  for the EUROMED-seminar on implications of dual nationality in Valetta, 13-16 November 2006

3.       Regulatory reform in the Netherlands, Presentationpaper for the OECD-seminar on legislative quality, Riga, 2005

4.       Een bruikbare rechtsorde voor het onderwijs – preadvies voor de Vereniging voor Onderwijsrecht 2005

5.       Lief zijn voor de bruikbare rechtsorde, NJB januari 2005

6.       Bevrijdende kaders, Regelmaat 2004/1

7.       Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit, Ars Aequi 2002

8.       Vorm of vent, objectgerichte of domeingerichte regelgeving, inleiding voor het symposium van de directie Wetgeving, 2002, uitg. ministerie van Justitie

9.       Regulering van beroepen en beroepsuitoefening, themanummer Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit, ESB 2001

10.   Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit, 60 projecten en verder, Regelmaat 2000/6

11.   Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit, Regelmaat 1996/2

12.   Simulatie van wetgeving, Regelmaat 1995/5

13.   Toetsing en deregulering – evaluatie van de Commissie voor toetsing van wetgevingsprojecten, Regelmaat 1995/4

14.   Uit de toetsingscommissie, adviezen in het eerste kwartaal van 1994, Regelmaat 1994/3

15.   Uit de toetsingscommissie, jaarprogramma en adviezen, Regelmaat 1994/1

16.   In 1993 op weg naar 2000, School en Wet 1993/10

17.   Bestuurlijke vernieuwing, School en Wet 1993/5

18.   Van ineenschakeling tot basisvorming, School en Wet 1992/9

19.   Discussie over school 2000 parlementair afgesloten, School en Wet 1992/6

20.   Naar een nieuwe wet medezeggenschap onderwijs, School en Wet 1991/12

21.   Wetgeving en sturing in het onderwijsbeleid, School en Wet1991/4

22.   De ontwikkeling van het bekostigingsstelsel VO in het licht van de ontwikkeling van de rechtsstaat, School en Wet 1990/5

23.   Relatief autonoom, volgens NKSR en NPCS, School en Wet 1990/3

24.   Basisvorming, een stand van zaken, School en Wet 1989/7-8

25.   Deregulering in het onderwijs, School en Wet 1989/4

26.   Lag het aan de TWK? Lang niet altijd. School en Wet 1989/1

27.   Subsidiëring van godsdienstonderwijs en humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen, School en Wet 1988/11

28.   Wetsontwerp en Memorie van Antwoord contractonderwijs, School en Wet, 1988/10

29.   Herziening van het bekostigingssysteem van het voortgezet onderwijs, School en Wet 1987/11

30.   Contractactiviteiten in het voortgezet onderwijs, School en Wet 1987/4

31.   Advisering, deskundigheid en belangenbehartiging, School en Wet 1986/7-8

32.   Vergoeding van kosten van onderwijsvoorzieningen volgens de AWW, School en Wet 1986/5

33.   Tijdelijke voorziening wettelijk minimumloon, School en Wet 1985/9

34.   Wet op de erkende onderwijsinstellingen, School en Wet 1985/4

35.   Ontslag uit overurenbetrekking, School en Wet 1985/3

36.   Wet op de erkende onderwijsinstellingen, School en Wet 1985/2

37.   Begroting van O en W 1985, School en Wet 1984/11

38.   Concept-Rijksregeling basiseducatie, School en Wet 1984/9

39.   Alle Nederlanders zijn benoembaar 1984/7-8

40.   OISOVSO, School en Wet 1984/5

41. De basisschool in zicht, boekbespreking, School en Wet 1984/4

42.   Herstructurering scholenbestand basisonderwijs, School en Wet 1984/4

43.   Wijziging van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967, School en Wet 1984/1

44.   Wijzigingen van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 (I), School en Wet 1983/11

45.   Artikel 13 in de belangstelling, School en Wet 1983/3

46. Het ontwerp van de Interimwet op het Speciaal Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs (II), School en Wet 1982/10

47. De Kamerbehandeling van het ontwerp van de Interimwet op het Speciaal Onderwijs (I), School en Wet 1982/7-8

48. Voorontwerp van een wet gelijke behandeling; een commentaar, School en Wet 1982/6

49. Voorontwerp van een wet gelijke behandeling, School en Wet 1982/4

50. Onderwijs: Bestel en Beleid; boekbespreking, School en Wet 1982/1

51. Gezond onderwijzen. Bespreking van het Eindrapport van het onderzoek "Vroegtijdige pensionering l.o.personeel, School en Wet 1982/12

52. Vergoeding van de kosten van het weekend- en vakantievervoer, School en Wet 1981/12

53. Conceptnota trekkende bevolking, School en Wet 1981/10

54. Indiening van een ontwerp-interimwet op het speciaal onderwijs, School en Wet 1981/6

55. Beëindiging van de verzekeringsplicht volgens de Werkloosheidswet voor het exploitatiepersoneel, School en Wet 1981/4

56. Mr.drs.P.W.C.Akkermans, Onderwijs als constitutioneel probleem; boekbespreking, School en Wet 1981/3

57. Wetsontwerp VUT-regeling exploitatiepersoneel van onderwijsinstellingen, School en wet 1981/3

58. Naar een wet voor het buitengewoon onderwijs, School en Wet 1980/11

59. Stageovereenkomst. leerovereenkomst en arbeidsovereenkomst in het v.b.o.

60. Wijziging van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967, School en Wet 1978/12 

61. Beschikking leeftijd vervoerkosten buitengewoon onderwijs, School en Wet 1978/7-8

62. Sociologie en onderwijs; boekbespreking, School en Wet 1978/2

 

 



liedjes

07:17, 9/20/2007 .. 0 reacties .. Link

      JE EIGEN ZAKEN

      een lied voor de dynamische individualist

 

1.   De krant op maandagmorgen

      Valt niet zomaar uit je hand.

       Je hebt wel and’re zorgen

       Dan verkiezingen in een ver land.

Ze maken er een rotzooi van

Het is hun eigen schuld

Dat opgewonden zooitje

Heeft ook nooit geduld.

 

Refrein:

     Wat heeft dat met jou te maken

     Jij doet toch ook je eigen zaken.

 

2.     Neem nou die communisten

Die zich toen hebben bevrijd

Die lopen nou te niksen

Want ze zijn hun baantjes kwijt

Ze willen maar niet investeren

Zijn liever lui dan moe

Ze willen nooit eens wat proberen

En weten ook niet hoe.

Refrein

 

3.     Die allochtone mensen

Moeten eens gewoon gaan doen

Laten ze toch Hollands leren

En niet met bidden tijd verdoen

Mijn tante droeg een hoofddoek ooit

Die heeft ze afgedaan

Toen het niet meer regende

Dat  is ook goed gegaan.

Refrein

 

4.     er loopt wel eens een zwerver rond

bij ons een eindje in de straat

hij eet uit vuilnisbakken

‘k geloof niet dat het hem goed gaat

je kunt hem wel wat geven, maar

daar schiet hij niks mee op

hij koopt er toch maar rotzooi van

dat stijgt dan naar zijn kop.

Refrein

  

5.     Dat dag dat je onwel werd

Was toen je je vriend verloor

Hij was toch niet zo oud nog

En jij ging liever met hem door

Je wilde het vertellen

Want je zat zo vreselijk stuk

Maar niemand kon je vergezellen

Want iedereen was druk.

 

Refrein: wat hebben ze met jou te maken

               Ze hebben toch hun eigen zaken!

 

 

 

Er komen andere tijden

 Kom, wetgever, ambtenaar, nu opgepast

Het land is in nood, zo niet Leiden in last

Het geld is op en de euro is hard         

We hebben tekort ook al werken we zwart

Het is snoeien en snijden en hakken alom

Want er komen andere tijden

 

De overheid niet meer ons vadertje staat

Die zijn  kindertjes nooit alleen modderen laat

Zelf zorgen voor onderwijs en oude dag

Je moeder in huis, jij betaalt het gelag

Geen vreemdeling vindt meer een schuilplaats bij ons

Want er komen andere tijden

 

Geen vut en geen eF Pee Uu, geen prépensioen,

Maar werken tot je geen stap meer kunt doen

Bejaarden besturen straks het hele rijk

Elk bureau wordt bezet door een opgewarmd lijk

En jongeren kloppen vergeefs op de deur

Want er komen andere tijden.

 

Geen regel ooit  meer zonder reden gesteld

En lasten die blijven nooit meer onvermeld

Geen voorschrift is heilig, geen wet ongemoeid

De overheidsorde wordt slechts nog verfoeid

De ambtenaar enkel een blok aan het been

Want er komen andere tijden

 

 

Vraag het aan de dominee (mel. Dominique, Soeur Sourire)

 

Heb je iets dat je soms dwars zit

Of je weet geen weg ermee

Vraag de dominee!

Die heeft altijd voor jou raad

Als je even met hem praat

En je voelt je weer oo-kee.

 

Als de kerkenraad vergadert

Uren, dagen achtereen

Hoe de kerken hier te sturen

Hoe houd iemand ze bijeen?

 

Vraag het toch gewoon aan iemand

Die daarvoor heeft doorgeleerd

Je eigen theoloog

Die zoekt even in een boek

Wijst de weg al even kloek

En je kunt er verder mee.

 

Zijn de kinderen soms lastig

En ze doen niet wat je zegt

Vraag het iemand die van wanten weet

Het even snel uitlegt.

 

Dan hoef je niet ver te zoeken

Ook al heb je het te kwaad

Hij stelt jou in staat

Om het tij tijdig te keren

Als het lot jou deerlijk slaat

Dominee staat steeds paraat.

 

Wil je auto soms niet starten

Heeft je fiets een lekke band

Dan is er gelukkig iemand

Die heeft van alles verstand.

 

Want daar in de consistorie

Is hij altijd op zijn post

Deze duizendpoot

Die verdient daarmee de kost

Dat hij jouw probleem oplost

Van je zorgen jou verlost.

 

Wil je snel iets kopiëren

Maar je weet niet hoe dat moet

Moet je Franse brieven schrijven

En je krijgt het steeds niet goed.

 

 

 

Nou dan bel je gewoon even

Iemand die heeft gestudeerd

en dus alles weet

die geen vreemde vraag ooit deert

want daarvoor gediplomeerd

en in wetenschap doorkneed.

 

Wil je hem liever niet storen

Omdat hij iets anders heeft

Is die tijd toch niet verloren

Omdat hij met jou meeleeft.

 

En bij alles wat je vraagt

Staat hij met raad en daad terzij

In een goed humeur

want hij is er altijd bij

functioneert als jouw lakei

zet zichzelf voor jou opzij.

 

 

Marianne

 

1.

I-i-i-k wou dat ik jouw hondje was,

Oh Marianne.

’t Maakt jou niet uit van wellek ras,

oh Marianne.

Dan gingen we daag’lijks stappen,

Ik mocht altijd met jou uit

En als jij riep dan kwam ik,

Aaide jij over mijn snuit.

 

2.

I-i-i-k wou dat ik jouw pony was,

Oh Marianne

‘k stond in de wei en vrat jouw gras,

oh Marianne

Dan reed jij daag’lijks op mijn rug

Jouw benen in mijn flank

En t’rug op stal dan zoende jij

Mij in mijn nek als dank

 

Refrein

Oh Marianne,

Woef woef, miauw miauw, Knorr

Oh Marianne,

Woef woef, miauw miauw, Knorr.

 

 

3.

I-i-i-k wou dat ik jouw cavia was,

Oh Marianne

Een kooitje waar ik net in pas,

Of Marianne

Jij knuffelde mij op jouw schoot

En ik liet jou begaan

‘k zou knorren van tevredenheid

en voelde mij voldaan.

 

4.

I-i-i-k wou dat ik jouw poesje was,

Oh, Marianne

Dan was jij met mij in jouw sas.

Oh Marianne.

En als ik langs jouw benen streek

Dan spinde ik heel luid

En ’s nachts dan sliep ik in jouw bed

Mijn vacht tegen jouw huid.

 

Refrein

 

 

5.

I-i-i-k wou dat ik jouw biggetje was

oh Marianne

zo bloot en roze, jong nog pas,

oh Marianne

Dan zei jij, zo, dat iedereen

Daarvan nog wat kon leren,

Dat jij mij niet, nee, never nooit,

Zou ….. laten castreren.

 

Refrein

 



Profiel

Home
Mijn Profiel
Archief
Vrienden
Mijn Foto Album

Links

Regenboogcantorij
Sixtiesband Socksuspender
Interkerkelijke stichting voor het kerklied
Regenboogmuziek
toneelgroep kanalje
verhalenvertellers da fhili
e- boeken

Categorieën


Recente Artikelen

De doctor en de ongelukkige stagair
In het huis van de familie De Kiezer
zin
Langer doorwerken
Pianist

Vrienden


Eenpunt - Startpagina - Kliniek - Huurwoning